Tintelingen in duim, wijsvinger en middelvinger, vaak ‘s nachts: dat past bij het carpaal tunnel syndroom. In de pols zit de middelste armzenuw dan in de knel. De handtherapeut test gevoel en kracht en maakt een nachtspalk die de pols recht houdt. U leert oefeningen waarbij zenuw en pezen weer vrij glijden.
Aandoeningen van hand en pols die de handtherapeut behandelt
Aandoeningen van hand en pols, per klacht bekeken
Triggerfinger
Een vinger die hapert bij het strekken, of ‘s ochtends krom blijft staan, heet een triggerfinger. De buigpees is verdikt en schiet met een klik door een te nauw bandje onderaan de vinger. Een kleine spalk geeft de pees rust. De handtherapeut laat zien hoe u de vinger soepel houdt zonder de pees te prikkelen.
Ziekte van De Quervain
Pijn aan de duimkant van de pols bij tillen, wringen of een kind optillen wijst vaak op de ziekte van De Quervain. Twee duimpezen lopen daar door een krappe koker die geĆÆrriteerd is. U krijgt een spalk die duim en pols rust geeft. Daarna bouwt u de belasting stap voor stap weer op.
Dupuytren
Bij Dupuytren voelt u knobbels of strengen in de handpalm. Op den duur trekt een vinger krom, meestal de ringvinger of de pink. De streng zelf behandelt de handchirurg. De handtherapeut begeleidt u daarna met littekenbehandeling, oefeningen om de vinger gestrekt te krijgen en waar nodig een spalk.
RSI-klachten
Een zeurende, vermoeide of stijve onderarm, pols of hand na uren typen, muizen of ander herhaald werk: dat heet RSI. De handtherapeut zoekt uit welke beweging uw arm te veel wordt. U krijgt oefeningen voor kracht en doorbloeding en een opbouwschema voor uw werk. Ook de werkhouding komt aan bod.
Polsbreuk
Na het gips is de pols stijf, dik en slap. Dat is normaal, maar het gaat niet altijd vanzelf over. De handtherapeut meet hoe ver de pols buigt en draait en hoeveel knijpkracht u heeft. Daarna oefent u gericht: eerst bewegen, dan kracht, dan weer steunen en tillen.
Botbreuk in de hand of vinger
Een gebroken middenhandsbeentje of vingerkootje geneest meestal goed, maar vingers worden snel stijf. Daarom krijgt u een spalk op maat die de breuk beschermt en de andere gewrichten vrij laat. De handtherapeut vertelt welke bewegingen al mogen. Zo houdt u de vingers soepel terwijl het bot herstelt.
Artrose in de hand en duimartrose
Pijn onderaan de duim bij het opendraaien van een pot, stijve vingers in de ochtend, knobbels bij de vingergewrichten: zo begint artrose in de hand. Het kraakbeen wordt dunner. Een spalk steunt de duim bij zwaar werk. Met oefeningen maakt u de spieren rond de duim sterker en leert u de gewrichten te sparen.
Ganglion
Een ganglion is een gladde bobbel op de pols of bij een vinger, gevuld met gewrichtsvocht. Vaak doet hij geen pijn, soms drukt of zeurt hij bij steunen. De handtherapeut bekijkt welke belasting de pols prikkelt en geeft oefeningen voor een stabiele pols. Leegprikken of weghalen bespreekt u met de arts.
Mallet finger
Na een bal tegen de vinger of een stoot hangt het vingertopje en krijgt u het niet meer zelf gestrekt. De strekpees is bij het laatste kootje afgescheurd. U krijgt een klein spalkje dat het topje gestrekt houdt, meestal zes tot acht weken, dag en nacht. De handtherapeut controleert de huid en bouwt het buigen daarna rustig op.
Peesletsel
Lukt buigen of strekken van een vinger niet meer na een snijwond, dan is er mogelijk een pees door. De handchirurg hecht de pees. Daarna volgt een strak schema bij de handtherapeut: een spalk die de hechting beschermt en oefeningen die per week iets verder gaan. Zo blijft de pees glijden zonder dat hij opnieuw scheurt.
Meer aandoeningen van hand, pols en elleboog
Niet elke klacht heeft hierboven een eigen blok. Deze aandoeningen behandelt de handtherapeut ook.
Na een val of door overbelasting
- Skiduim: de band aan de binnenkant van de duim is opgerekt of gescheurd. Een spalk geeft de band rust.
- Tenniselleboog en golfelleboog: pijn bij de elleboog bij knijpen en tillen. U bouwt de pees op met oefeningen.
Bij ontsteking of aanhoudende pijn
- Reuma van de hand: pijnlijke, dikke gewrichten. Spalken en slim gebruik van de hand houden u aan het werk.
- CRPS: pijn, zwelling en verkleuring die na een letsel of operatie niet wegtrekken.
Zoeken op de plek van de klacht
Vergoeding en afspraak
Handtherapie door de fysiotherapeut wordt vergoed uit uw aanvullende verzekering; hoe dat zit leest u bij tarieven en vergoeding. Een verwijzing heeft u niet nodig: u kunt zelf een afspraak maken.
Uw behandelaar: Victor Haasjes, fysiotherapeut en handtherapeut bij Handtherapie Hilversum. Tekst bijgewerkt oktober 2026.
Veelgestelde vragen over aandoeningen
Heb ik een verwijzing nodig voor de handtherapeut?
Nee. U kunt rechtstreeks een afspraak maken, ook zonder dat een arts naar uw hand heeft gekeken. Komt u na een operatie of met een brief van de handchirurg, neem die dan mee. De handtherapeut stemt de spalk en de oefeningen af op wat de chirurg heeft gedaan en op de afspraken die bij uw operatie horen.
Ik weet niet welke aandoening ik heb. Kan ik toch komen?
Ja. De meeste mensen komen met een klacht, niet met een naam: tintelingen, een duim die pijn doet, een vinger die blijft haken. Bij de eerste afspraak onderzoekt Victor Haasjes gewrichten, pezen, kracht en gevoel. Daarna hoort u wat er volgens hem speelt en welke behandeling daarbij past. Is ander onderzoek verstandig, dan zegt hij dat erbij.
Behandelt de handtherapeut ook de elleboog?
Ja. De spieren die pols en vingers bewegen, zitten vast bij de elleboog. Daarom horen een tenniselleboog en een golfelleboog ook bij de handtherapeut. Hij kijkt naar de pees bij de elleboog en ook naar hoe u knijpt, tilt en de pols gebruikt. De behandeling bestaat vooral uit oefeningen die de pees stap voor stap sterker maken.
Krijg ik bij elke aandoening een spalk?
Nee. Een spalk helpt als een pees, band, zenuw of gewricht rust of steun nodig heeft, zoals bij een triggerfinger, duimartrose of een mallet finger. Bij andere klachten is oefenen en anders belasten genoeg. Is een spalk nodig, dan maakt Victor Haasjes die zelf, op maat van uw hand. Meer daarover leest u bij spalk op maat.
