Aan het eind van de werkdag zeurt uw onderarm. De muis loslaten helpt even, de volgende ochtend begint het opnieuw. In de volksmond heet dat RSI of een muisarm.
RSI staat voor repetitive strain injury: letsel door herhaalde belasting. Artsen en fysiotherapeuten noemen het nu KANS: klachten aan arm, nek en/of schouder. Die naam is eerlijker, want vaak is er geen schade aan te tonen. Er is wel een arm die meer te doen krijgt dan hij aankan.
Wat er in de arm gebeurt, is goed te verklaren. Een spier die uren licht aangespannen blijft, knijpt zijn eigen bloedvaatjes dicht. Er komt minder zuurstof binnen en afvalstoffen blijven hangen. Op den duur reageert ook het zenuwstelsel gevoeliger, zodat een gewone beweging al pijn doet.
KANS kent twee soorten. Bij specifieke KANS is er een duidelijke diagnose, zoals het carpaal tunnel syndroom of de ziekte van De Quervain. Bij aspecifieke KANS is die er niet en gaat het om pijn, stijfheid of vermoeidheid door overbelasting. Over die tweede groep gaat deze pagina.
Symptomen van RSI in pols, hand en onderarm
RSI klachten komen sluipend. Vaak worden er drie fasen onderscheiden.
| Fase | Wat u merkt |
|---|---|
| Fase 1 | Pijn, stijfheid of een moe gevoel tijdens of vlak na het werk. Na een nacht rust is het weg. |
| Fase 2 | De klachten houden ‘s avonds en ‘s nachts aan en komen ook bij andere bezigheden op. |
| Fase 3 | Pijn bij bijna alles, ook in rust. De hand voelt krachteloos en onhandig. |
Naast pijn kunt u tintelingen, kramp, een koud gevoel of een zware arm merken. Meestal zit het aan de kant waarmee u muist. De plek wisselt: de bovenkant van de onderarm, de pols, de duimkant of de vingers.
Hoe eerder u er iets aan doet, hoe korter het herstel. In fase 1 is aanpassen van het werk vaak al genoeg.
