Een spalk is een stevige steun die één deel van de hand stilhoudt of in een gekozen stand zet. Op maat betekent: gemaakt voor uw hand en uw klacht, niet voor een gemiddelde hand uit een verpakking. U komt ook de namen handspalk, polsspalk, duimspalk en vingerspalk tegen. Die zeggen alleen welk deel gesteund wordt.
Het materiaal is een dunne plaat kunststof. In warm water wordt die plaat zacht en buigzaam. De handtherapeut legt hem om uw hand, strijkt hem in vorm en laat hem afkoelen. Na een paar minuten is hij hard.
Een goede spalk doet twee dingen tegelijk. Hij houdt tegen wat pijn doet of nog moet genezen. En hij laat bewegen wat mag bewegen, zodat gezonde gewrichten niet stijf worden.
Wanneer is een spalk op maat nodig?
Niet elke pijnlijke hand heeft een spalk nodig. De handtherapeut kiest ervoor als rust of steun op één plek het herstel vooruit helpt. Dat is grofweg in vier situaties zo.
- Rust: een geprikkelde pees of peeskoker komt pas tot bedaren als hij niet steeds opnieuw wordt aangesproken.
- Ruimte: een beknelde zenuw krijgt minder druk als het gewricht in een gunstige stand blijft.
- Steun: een versleten of slap gewricht doet minder pijn als het bij het pakken niet wegzakt.
- Bescherming: een gehechte pees, een breuk of een geopereerd gewricht moet genezen zonder dat er kracht op komt.
Soms is het doel juist méér beweging. Een oefenspalk rekt een stijf gewricht urenlang zacht op. Dat levert meer op dan een paar minuten stevig duwen.
Past een spalk niet bij uw klacht, dan hoort u dat ook. De winst zit dan in oefenen en anders belasten.
