De meeste polsen die de polstherapeut ziet, vallen in een van deze groepen.
- Polsinstabiliteit. Een band is opgerekt of gescheurd, vaak na een val op de uitgestoken hand. De botjes bewegen niet meer netjes samen. U voelt een klik, een pols die lijkt door te zakken of pijn bij steunen.
- Pijn aan de pinkzijde. Vaak gaat het om de TFCC of de pees die er vlak langs loopt. Een deurknop omdraaien of een pot openen doet zeer.
- Peesklachten. Bijvoorbeeld de ziekte van De Quervain, aan de kant van de duim.
- Een stijve, zwakke pols na gips of een operatie. Zoals na een polsbreuk.
- Een soepele pols die te ver doorbeweegt. Bij aanleg voor hypermobiliteit moeten de spieren een deel van het werk van de banden doen.
Zoekt u liever op de plek van de pijn? Kijk dan bij polsklachten.
Onderzoek van de pols: wat gebeurt er bij het eerste bezoek?
Het eerste bezoek begint met vragen. Hoe is het begonnen, bij welke beweging voelt u het, wat lukt er niet meer? Een val van jaren geleden kan er nog steeds toe doen.
Daarna kijkt en voelt de handtherapeut. Hij vergelijkt links met rechts: hoe ver de pols buigt, strekt en draait, en hoeveel knijpkracht u heeft. Met zijn duimen drukt hij op de afzonderlijke botjes en banden tot hij de gevoelige plek heeft.
Dan volgen de belastingstests. U steunt, draait tegen weerstand en knijpt. Hij beweegt twee botjes ten opzichte van elkaar en voelt of een band te veel speling geeft. Aan het eind weet u welke structuur de klacht vermoedelijk geeft en wat het plan is.
Past het beeld bij een gescheurde band of een breuk die niet geneest, dan hoort u dat eerlijk. Het vervolg bespreekt u dan met de arts of handchirurg. Een afspraak maken kan online, ook zonder verwijzing.
Behandeling van de pols: spalk, oefenen, opbouwen
De behandeling heeft bijna altijd drie delen, in deze volgorde.
Polsspalk of brace: rust op de juiste plek
Een geĆÆrriteerde band of pees komt niet tot rust als u de pols de hele dag blijft belasten. Een spalk houdt de pols in een stand waarin het weefsel kan herstellen, terwijl de vingers vrij blijven. Victor Haasjes maakt de spalk zelf, gevormd op uw eigen pols. Soms volstaat een soepele brace.
| Situatie |
Wat u draagt |
Hoe lang, als richtlijn |
| GeĆÆrriteerde pees of band |
Spalk bij belasting, soms ook in de nacht |
Vier tot zes weken, daarna afbouwen |
| Instabiele pols |
Stevige spalk of brace bij steunen, tillen en sport |
Tot de spieren de pols zelf sturen, vaak enkele maanden |
| Na gips of operatie |
Afneembare spalk tussen het oefenen door |
Zoals afgesproken met uw arts |
Een spalk is een tijdelijk hulpmiddel. Wie hem te lang draagt, krijgt een stijve en slappe pols. Daarom hoort bij elke spalk een afbouwschema.
Stabiliteitstraining: spieren nemen werk van de banden over
Een opgerekte band wordt niet korter van oefenen. De onderarmspieren kunnen de handwortel wel actief op zijn plek houden. Dat leren ze in stappen: eerst aanspannen zonder beweging, dan beheerst bewegen, dan reageren op onverwachte krachten.
Oefening 1: aanspannen zonder bewegen
- Leg de onderarm op tafel, pols recht, duim omhoog.
- Duw met de andere hand zacht tegen de handrug. De pols blijft stil.
- Houd vijf tellen vast en laat los. Herhaal tien keer.
- Doe hetzelfde met druk tegen de handpalm, de duimzijde en de pinkzijde.
Oefening 2: de pijltjesworp
Beweeg de pols alsof u een dartpijl gooit: van schuin achter aan de duimzijde naar schuin voor aan de pinkzijde. Uit bewegingsonderzoek van de handwortel blijkt dat de band tussen scheepsbeentje en maanbeentje in deze richting weinig rek krijgt. Daarom is het vaak de eerste beweging die weer mag. Tien rustige herhalingen, drie keer per dag.
Oefening 3: de hamer draaien
- Pak een hamer vast, de elleboog gebogen tegen uw zij.
- Draai de hamerkop langzaam naar binnen en naar buiten.
- Stop waar de pijn begint. Tien keer, twee rondes.
- Te zwaar? Pak de steel dichter bij de kop.
Opbouwen naar steunen en tillen
De laatste stap is belasting die lijkt op uw gewone dag. Steunen op een tafel, dan op de vloer, dan opdrukken. Tillen met een gewicht dat elke week iets zwaarder wordt. In de oefenruimte van de praktijk doet u dat onder begeleiding, thuis herhaalt u het. Wat de verzekering betaalt, leest u bij tarieven en vergoeding.