Een pees is het koord dat een spier aan een bot vastmaakt. De spieren die uw vingers bewegen, liggen grotendeels in de onderarm. Hun pezen lopen over de pols tot in de vingertoppen. Spant de spier aan, dan trekt de pees de vinger mee.
Buigpezen
Aan de palmkant lopen de buigpezen. Elke vinger heeft er twee: een oppervlakkige naar het middelste kootje en een diepe naar het topje. De duim heeft ƩƩn lange buigpees. In de vinger glijden ze door een nauwe koker met bandjes, die de pees tegen het bot houden.
Is een buigpees door, dan buigt de vinger niet meer, of nog maar voor een deel.
Strekpezen
Op de handrug en de rugkant van de vingers liggen de strekpezen. Ze zijn plat en dun en zitten vlak onder de huid. Een kleine snee is daar al genoeg.
Is een strekpees door, dan blijft de vinger of het topje hangen. Zit het letsel bij het laatste kootje, dan heet dat een mallet finger.
Een doorgesneden pees groeit niet vanzelf aan elkaar. De spier trekt het losse uiteinde terug, soms tot in de handpalm. Hoe peesweefsel geneest, leest u bij peesherstel.
