De ingreep is voorbij en uw hand zit in het verband. Nu begint het deel waar u zelf aan werkt. In een hand liggen pezen, zenuwen en gewrichten dicht op elkaar. Na een operatie maakt het lichaam littekenweefsel, en dat plakt die lagen gemakkelijk aan elkaar vast.
Wie te lang stilhoudt, houdt daardoor een stijve hand over. Te vroeg te veel doen is net zo riskant: een gehechte pees kan scheuren en een wond kan opengaan. Handtherapie na een operatie zoekt de ruimte daartussen. Genoeg bewegen om soepel te blijven, weinig genoeg om de genezing niet te storen.
Dat gaat niet op gevoel. Voor de meeste ingrepen bestaat een nabehandelschema dat per week zegt wat mag. De handtherapeut kent die schema’s en vertaalt ze naar uw hand en uw dag.
Niet iedereen heeft na een handoperatie begeleiding nodig. Na een kleine ingreep redden veel mensen het met de uitleg van het ziekenhuis. Blijft de hand dik, stijf of gevoelig, of ging het om een pees, een gewricht of een breuk, dan haalt u er met begeleiding meer uit.
